NIEUWSFLITSEN OVER DE BIJWERKINGEN

ACTUEEL

Klikken op de vet gedrukte koppen geeft u het volledige artikel.

Home

Waarschuwingen tegen ADHD-medicatie

Waarschuwingen tegen antidepressiva

Waarschuwingen tegen antipsychotica

Alfabetische lijst bijsluiters

Actie pagina NCRM 

Drama"s  SSRI's en ADHD-medicatie

Actuele nieuwsflitsen over psychiatrische drugs

Samenvatting

Link's

Contact

 

WAARSCHUWING

Stop NOOIT met het slikken van psychiatrische drugs zonder het advies en de begeleiding van een kundige (niet pschiatrische) arts.

 

 

- Gevestigde belangen steeds meer onder vuur

Het aantal rechtszaken tegen farmaceutische bedrijven vanwege fraude en het verbergen van schadelijke effecten neemt toe. Deze week kwam Johnson & Johnson voor de tweede keer onder vuur te liggen toen de openbaar aanklager van Texas zich aansloot bij een rechtszaak tegen dit bedrijf wegens het geven van misleidende veiligheidsinformatie en frauduleuze marketing. De aanklacht is ingediend wegens het verkeerd weergeven van de bijwerkingen, lange termijn gezondheidsrisico's en effectiviteit van het antipsychotische middel Risperdal (veel voorgeschreven in Nederland).

Ook Eli Lilly was het onderwerp van een controverse in Amerika deze week nadat de New York Times gebaseerd op inerne documenten, verschillende artikelen had gepubliceerd over de wijze waarop Lilly de bijwerkingen van het antipsychoticum Zyprexa foutief had weergegeven over overgewicht, hoge bloeddruk, diabetes en het off-label voorschrijven van het middel. Lilly moest $750 miljoen dollar betalen aan ongeveer 8.000 patiënten die te maken kregen met deze bijwerkingen na het slikken van Zyprexa. Het einde is echter nog niet in zicht volgens de NYT omdat er nog duizenden aanklachten lopen tegen de producent van Zyprexa. (zie bijgevoegd persbericht CCHR).

- Tieners worden liever high van voorgeschreven drugs dan van straatdrugs

Een jaarlijks onderzoek van het Amerikaanse National Institute on Drug Abuse, uitgevoerd door de Universiteit van Michigan, haalde de Amerikaanse voorpagina's vorige week omdat er in gesteld werd dat tieners in toenemende mate grijpen naar pijnstillers en stimulerende middelen om high te worden. Het onderzoek richtte zich op 50.000 tieners door heel Amerika en kwam tot de conclusie dat het misbruik van alcohol en straatdrugs was gedaald het afgelopen jaar terwijl een groeiend aantal tieners pillen gebruikten zoals Ritalin. 3,6 procent van de "tenth-graders" gaf toe dat ze Ritalin gebruikten om high te worden. Het journal of the american Medical association rapporteerde in 2001 dat methylfenidaat hetzelfde werkt als cocaïne en chemisch soortgelijk is. Geïnjecteerd als vloeistof geeft het een kick waar "verslaafden gek op zijn" stelde psychiater Nora Volkow. Ook volgens de Drugs Enforcement Agency (DEA) is het misbruik van methylfenidaat op straat een groot probleem, de pillen worden voor $5 tot $10 dollar per stuk verkocht op de zwarte markt en staan bekend als "vitamin-R", "R-ball" of "poor man's cocaïne". Het Amerikaanse Centrum voor Disease Control meldde dit jaar 25 sterfgevallen, waaronder 19 kinderen, die geliëerd waren aan ADHD-medicijnen. Internationale medicijnencontrolerende instanties zoals de Food and Drug Administration hebben bevestigd dat psychiatrische medicatie, zelfmoord, moordneigingen, manie, psychoses, hartaanvallen, beroerten en plotseling overlijden kunnen veroorzaken.

- Onderzoek toont aan dat de rijvaardigheid van 7 van de 10 mensen die antidepressiva slikken verminderd is.

Een recent gepubliceerd onderzoek in het Journal of Clinical Psychiatry heeft vastgesteld dat het gebruik van antidepressiva de rijvaardigheid in hoge mate beïnvloed en dat "de meest duidelijke verschillen gemeten werden in het reactievermogen, stress-tolerantie en selectieve aandacht" 60% van de onderzochte proefpersonen had "milde tot gemiddelde" beschadigingen, 16% had ernstige beschadigingen in psychomotorische functies (beweging van de spieren geassocieerd met geestelijke processen) in hun vermogen om te rijden. Engels onderzoek bevestigd deze bevindingen. Met ongeveer 800.000 Nederlanders aan de antidepressiva betekent dit een groot risico voor de verkeersveiligheid.

Om de middelen voor te kunnen schrijven, moet je eerst een diagnose kunnen stellen. In Het  Financieele Dagblad van 31-03-2008 stond een bijzonder onthullend artikel over de samenstelling van het psychiatrisch handboek, de DSM.

ONTSPORING PSYCHIATRIE DREIGT.

Er komen steeds meer medicijnen voor problemen die misschien niet psychisch zijn.

Cristopher Lane, Het Financieele Dagblad, 31-03 08

Bijna bereiken de Verenigde Staten het punt waarop de helft van de bevolking op de een of andere manier ‘geestesziek’ is. Krap een kwart slikt antidepressiva. Deze verbijsterende statistieken leiden tot een soms vlijmscherp debat over de vraag of mensen niet veel meer medicijnen gebruiken dan nodig is voor problemen die misschien niet eens psychisch zijn.

Onderzoek toont aan dat 40%procent van alle patiënten niet voldoet aan de diagnoses die artsen en psychiaters stellen. Toch worden er in de VS jaarlijks 200 miljoen recepten uitgeschreven voor de behandeling van depressies en angsten.

Verdedigers van een ruim medicijngebruik op recept houden staande dat een flink deel van de bevolking te weinig behandeling krijgt en te weinig medicatie. Zij die tegen buitensporig medicijngebruik zijn, stellen dat het aantal diagnoses voor met name bipolaire stoornissen met 4000 procent omhoogschoot en dat overmatig medicijn gebruik gepaard gaat met een overvloed aan diagnoses.

Om een bijdrage aan de oplossing te leveren, heb ik onderzocht waarom erkende psychische stoornissen de afgelopen decennia zo dramatisch zijn gestegen. In 1980 nam het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders 112 nieuwe stoornissen op in zijn derde editie (DSM-III). In de herziene editie (1987) en de vierde editie (1994) verschenen nog eens 56 nieuwe aandoeningen.

Met een oplage boven de miljoen is het handboek de ‘bijbel van de Amerikaanse psychiatrie’; wereldwijd beschouwen scholen, gevangenissen, gerechtshoven en mensen in de geestelijke gezondheidszorg het als een evangelie. De toevoeging van maar één nieuwe diagnostische code heeft grote praktische gevolgen. Wat was dan de reden waarom er in 1980 zoveel nieuwe aandoeningen bij kwamen?

Na diverse verzoeken kreeg ik van de American Psychiatric Association volledige inzage in de honderden ongepubliceerde memo’s, brieven en stemverklaringen uit de periode dat de DSM-III-taskforce iedere nieuwe en bestaande aandoening besprak. Deels werd dat nauwgezet en lovenswaardig gedaan, maar het goedkeuringsproces was eerder grillig dan wetenschappelijk.

DSM-III was het product van bijeenkomsten ie veel deelnemers ‘chaotisch’ noemden. Eén waarnemer merkte later op dat de kleine hoeveelheid onderzoeksresultaten waar het werk op stoelt ‘in feite een rommeltje was, versnipperd, inconsistent en dubbelzinnig. De expertise van de taskforce beperkte zich tot de tak neuropsychiatrie. De groep kwam al vier jaar bijeen toen plotseling doordrong dat een dergelijke eenzijdigheid tot vertekeningen zou kunnen leiden.

Ongelooflijk, maar de lijsten met symptomen voor sommige ziekten werden er in een paar minuten doorheen gejaagd. Veldonderzoek voor vermelding in het handboek betrof soms slechts één patiënt, behandeld door dezelfde persoon die de vermelding bepleitte. Deskundigen drongen aan op opname van twijfelachtige ziekten als ‘chronische ongedifferentieerde ongelukkigheidstoornis’ en ‘chronische klachten stoornis’. Tot de kenmerken behoorde het klagen over de belastingen, het weer en zelfs de sportuitslagen.

Sociale fobie (later een sociale angststoornis genaamd) was in 1980 een van de zeven nieuwe angststoornissen. Eerst leek het me een ernstige aandoening. Tegen de jaren negentig noemden deskundigen het ‘de aandoening van het decennium’, waarbij ze staande hielden dat één op de vijf Amerikanen er last van had.

Toch bleek het ietwat gecompliceerder. Om te beginnen verzette de specialist die in de jaren zestig als eerste de sociale fobie had onderkend (de Londenaar Isaac Marks, een bekende deskundige op het gebied van angst en paniek) zich, hevig tegen de opname in de DSM-III als een aparte categorie. De lijst met gedragskenmerken die gewoonlijk met de stoornis in verband werden gebracht, had hem doen twijfelen; de angst om alleen aan een tafel te zitten in restaurants, het vermijden van openbare toiletten en de zorg over trillende handen. Toen een nieuwe taskforce daar in 1987 nog de afkeer van het spreken in het openbaar aan toevoegde, leek de stoornis elastisch genoeg om zo’n beetje iedereen op de planeet te kunnen omvatten.

Om de indruk weg te nemen dat doodgewone angsten tot behandelbare aandoeningen werden gemaakt, werd in de DSM-IV een clausule opgenomen die voorschreef dat sociale fobieën ‘schadelijk’ moesten zijn voordat een diagnose mogelijk was. Maar wie zou de recepten uitschrijvers aan zulke voorwaarden binden? Ondanks de clausule namen de diagnoses hand over hand toe; in 200 was het de op twee na meest voorkomende aandoening in Amerika, na depressie en alcoholisme.

Overmatig voorschrijven van medicijnen treft minder Amerikanen als we overvloedige diagnosestelling intomen. We moeten de drempels voor psychische diagnoses fors verhogen en het oude onderscheid tussen chronische ziekten en milde aandoeningen in ere herstellen. Maar er is stevig verzet van degenen die beweren dat ze strijden tegen ernstige psychische stoornissen, met medicatie als enige levensvatbare behandeling.

Het onvermogen om de psychiatrie te hervormen is desastreus voor de volksgezondheid. Bedenk dat apathie, koopverslaving en overmatig internetgebruik, serieuze kandidaten zijn voor een nieuwe vermelding in de volgende editie van de DSM, gepland in 2012. als de geschiedenis de leidraad is, komt er een nieuwe groep geneesmiddelen. Laten we in hemelsnaam ons gezond verstand gebruiken+ als straks iedereen geestesziek is, is niemand het meer.

Cristopher  Lane is hoogleraar Engels aan de Northwestern University. Hij is de auteur van Verlegenheid: Hoe normaal gedrag een ziekte werd.

© Project: Syndicate 2008, vertaling: Menno Grootveld. 

WEG MET PROZAC 

Antidepressiva werken niet. Zoek daarom liever andere oplossingen om uit een dip te komen.  José van der Sman, 

Elsevier april 2008, Kennis en Cultuur, medicijnen

Mensen die niet lekker in hun vel zitten, zich somber en neerslachtig voelen, kunnen beter geen antidepressiva slikken. Die helpen namelijk niet of nauwelijks beter dan een neppil, maar hebben wel allerlei bijwerkingen. Er zijn betere manieren om uit een dip te komen en de stemming duurzaam te verbeteren. 

Dat is de nuchtere conclusie die kan worden getrokken na jarenlange discussies over en onderzoeken naar de effectiviteit van de nieuwe generatie antidepressiva, de zogeheten selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI’s). Een debat dat recent weer oplaaide toen Irving Kirsch van de Britse Hull University bekendmaakte dat vier van deze middelen, te weten fluoxetine (Prozac), Paroxatine (Seroxat), veninfacine (Efexor) en nefacodone (wordt niet in Nederland voorgeschreven), niet beter werken dan een placebo.

Kirsch had nogeens alle onderzoeken onder de loep genomen naar de  effectiviteit van deze middelen, zoals die door de fabrikanten bij de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) waren ingeleverd voor de aanvraag om ze te mogen verkopen. In die onderzoeken wordt onder andere verplicht het verschil in effectiviteit tussen het betreffende middel en een placebo onderzocht. Wat bleek, alles bij elkaar opgeteld was er eigenlijk nauwelijks een verschil te vinden. Grofweg blijkt ongeveer de helft van de depressiepatiënten baat te hebben bij één van deze antidepressiva. Maar de helft voelt zich ook beter na het slikken van neppillen. “vergeleken met een placebo, bieden deze antidepressiva geen klinisch significante verbeteringen bij patiënten die aanvankelijk een milde of zelfs zeer ernstige depressie hebben,” schreef Kirsch eind februari in de wetenschappelijke publicatie PLoS Medicin

Hoewel zijn conclusie wereldnieuws werd, is hij beslist niet de eerste persoon met kennis van zaken die ernstige twijfels uit over nut en werkzaamheid van de SSRI’s. In januari dit jaar verscheen in het vakblad The New England Journal of Medicin een artikel over een onderzoek naar 74 antidepressiva studies in het archief van de FDA. Daaruit bleek dat de studies die een minder gunstig beeld schetsen van de werking van antidepressiva nooit werden gepubliceerd in vakbladen. Artsen krijgen vooral studies te lezen die een rooskleuriger beeld geven. Een vertekening van de werkelijkheid dus.

Nog iets verder terug in de geschiedenis. Het Nederlandse vakblad Medisch Contact publiceerde eind november 2005 een artikel onder de kop: “Twijfels over SSRI’s.” De boodschap in de onderkop luidt: “Antidepressiva bieden geen soelaas bij depressies.”

In het artikel stelt hoogleraar psychiatrie David Healy van de Cardiff University dat niet alleen de effectiviteit van SSRI’s wordt overdreven maar dat zelfs de veronderstelling waarop deze medicijnen zijn gebaseerd, namelijk dat een depressie wordt veroorzaakt door een tekort aan serotonine in de hersenen, onbewezen en twijfelachtig is. “Ik breng geen nieuws als ik beweer dat de serotoninehypothese niet deugt,”aldus Healy

De Britse psychiater Joanna Moncrief die al eerder verschillende effectiviteitonderzoeken bekeek en een vernietigend oordeel velde, stelt in dit artikel onomwonden ‘Dokters zouden hun patiënten moeten vertellen dat antidepressiva geen klinisch relevant effect hebben en dat ze wellicht zelfs geen enkel effect hebben. Ze moeten hun patiënten ervan proberen te overtuigen dat ze beter kunnen vertrouwen op niet farmacologische maatregelen. 

Als artsen al geneigd zijn om hun patiënten deze feiten te melden, dan is dat in elk geval niet te merken aan de verkoopcijfers. Antidepressiva worden overal ter wereld, waaronder Nederland, grif verkocht. Ook in 2007 is het gebruik, volgens een schatting van de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK) weer met 7 procent gestegen.Werd tien jaar geleden door de apotheker 2,9 miljoen  keer een antidepressivum verstrekt, in 2007 is dat waarschijnlijk 6,2 miljoen keer gebeurd.

Hoewel het gebruik van SSRI’s door jongeren sterk wordt afgeraden omdat het kan leiden tot agressief en suïcidaal gedrag, is het aantal jonge gebruikers tot 21 jaar in 2007 gestegen naar 8.500. Waarom mensen een antidepressivum krijgen voorgeschreven is niet bekend. Het gaat lang niet altijd om een depressie. Artsen schrijven de middelen ook voor bij andere psychische stoornissen zoals angstgevoelens, dwangmatig gedrag, eetstoornissen, verslavingen en sociale fobieën, oftewel extreme verlegenheid.

Bijsluiters  

Ze gaan als snoepjes over de toonbank. Maar het zijn beslists geen snoepjes, weet iedereen die de bijsluiters leest. SSRI’s mogen dan niet effectief zijn in het bestrijden van typische depressiesymptomen, ze doen wel degelijk iets in het lichaam wat allerlei andere onbedoelde effecten sorteert. Tot de bekende mogelijke bijwerkingen van SSRI’s behoren: hoge bloeddruk, hoofdpijn, misselijkheid, braken, transpiratie, nervositeit, duizeligheid, onrust, slapeloosheid, constipatie, gebrek aan eetlust, beverigheid, seksuele stoornissen en afkickverschijnselen bij stoppen. Hoe vaak deze bijwerkingen optreden hangt natuurlijk af van het middel, de patiënt en de duur van de kuur.

Ze zijn in elk geval niet zeldzaam, zo blijkt uit een onderzoek onder 1.001Nederlandse patiënten die antidepressiva gebruiken. Daaruit kwam naar voren dat 47 procent last van bijwerkingen had. Meer dan de helft van hen ( 55 procent) had er zelfs zoveel last van dat ze maar helemaal met de medicijnen stopten. Nog eens 17 procent probeerde de bijwerkingen te verminderen door af en toe een dosis over te slaan.

Naast de bekende bijwerkingen, die al ontmoedigend genoeg zijn, zijn er enkele minder bekende risico’s verbonden aan het gebruik van een antidepressivum. Eén daarvan is het serotoninesyndroom, waarvoor het Pharmaceutisch Weekblad in juni 2006 waarschuwde. Het serotoninesyndroom is een reactie op een te hoog serotoninegehalte in het bloed als gevolg van het gebruik van meerdere geneesmiddelen de serotoninespiegel doen stijgen. Waaronder: SSRI’s, MAO-remmers, en tricyclische middelen (allemaal antidepressiva) alsmede sumatriptan (tegen migraine), metoclopramide (antibraakmiddel), tramadol en fenatanyl (pijnstillers), hoestmiddelen, sintjanskruid en ginseng. Ook drugs als xtc en lsd kunnen bijdragen aan een serotoninesyndroom.

Het serotoninesyndroom is gevaarlijk omdat het heel snel optreedt, moeilijk is te herkennen en dodelijk kan zijn. De eerste symptomen zijn hartkloppingen, opgewondenheid, zweten en trillingen in de benen, mogelijk gevolgd door verhoging van de lichaamstemperatuur, delirium, spiertrekkingen, en totale ontregeling van de stofwisseling. In 79 procent van de gevallen van het serotoninesyndroom gaat het om vrouwen. Het komt waarschijnlijk meer bij vrouwen voor omdat die vaker medicijnen tegen migraine en misselijkheid combineren met een antidepressivum of pijnstiller.

Een ander minder bekend risico van antidepressiva is de invloed op het ongeboren kind. In het Geneesmiddelenbulletin van juni 2007 valt te lezen: “Van geen enkel antidepressivum is bewezen dat het veilig kan worden gebruikt tijdens de zwangerschap en het geven van borstvoeding. Integendeel zelfs. Er is een verband gevonden tussen het gebruik van SSRI’s na de twintigste zwangerschapsweek en persisterende pulmonale hypertensie, oftewel blijvende hoge druk in de longvaten van de baby. Ook is er een relatie tussen het gebruik van SSRI’s laat in de zwangerschap en het optreden van epileptische insulten en ontwenningsverschijnselen bij de pasgeborene. Van paroxetine (Seroxat) is inmiddels bekend dat het een licht verhoogd risico geeft op aangeboren afwijkingen bij het kind.

Weg dus met die Prozac of Seroxat of andere middelen om de stemming te verbeteren. Als het kan natuurlijk, en dat is iets om samen met de behandelend arts te bepalen. Patiënten met zeer ernstige depressies lijken wel baat te hebben bij medicijnen en moeten daarom goed de voor- en nadelen tegen elkaar afwegen. Maar mensen die zich voortdurend enigszins somber, duf, bangig of bedrukt voelen, zouden serieus alternatieven die wél goed werken kunnen overwegen. 

Aandacht krijgen helpt, dus praat over je problemen met mensen die je kunt vertrouwen of met een therapeut. Bewegen helpt, dus ga er elke dag op uit voor een wandel of fietstocht. Gezond slapen helpt, dus hou een strak dag- en nachtschema aan, eet goed en drink geen alcohol of cafeïne, Stressreductie helpt, dus neem als dat nodig is, de vervelende oorzaak of aanleiding voor de depressie weg. Geduld helpt, dus hou er rekening mee dat depressies vaak vanzelf overgaan.   

 PSYCHISCHE AANDOENING VOOR IEDEREEN

Waarschijnlijk heeft nu al de helft van de bevolking een psychische stoornis. Als we de cijfers zouden moeten geloven.

Het Parool, 08-04-2008, Lester Hoekstra, klinisch psycholoog.

Heeft u al een psychische stoornis? U weet het misschien nog niet, maar de kans is groot dat het antwoord ja is. Uit onderzoek van Nemesis (Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study) zou blijken dat 41 procent een psychische stoornis heeft. Maar dat was een onderzoek uit 2003. gezien de toegenomen zorgconsumptie, mogen we veilig aannemen dat het aantal inmiddels de 50 procent wel is gepasseerd.

Uit de cijfers van de Wereldbank en de WHO blijkt dat wereldwijd 7 tot 19 procent van de volwassenen lijdt aan een depressie, 6 tot 25 procent een angststoornis heeft,en 10 tot 28 procent verslaafd is. Voeg daarbij alle andere mogelijke aandoeningen, waaronder modeziekten als adhd en de enorm in populariteit stijgende autistische stoornis, dan blijft er nog maar een klein percentage psychisch gezonde mensen over.

Dit soort uitkomsten zijn het resultaat van het medicaliseren van de persoonlijke problemen: reacties op de problemen worden gezien als symptomen van een ziekte. Net zoals dubbelzien een symptoom kan zijn van een hersentumor. Maar anders dan een tumor kunnen de psychische ziekten niet worden waargenomen op een foto. Het is slechts een hypothese dat de ziekte bestaat en wel een zeer zwakke hypothese.

Misschien juist daarom beweren artsen en psychologen met grote stelligheid dat ze stoornissen kunnen vaststellen. Velen menen zelfs te weten waar deze zitten. In de hersenen, daar zitten de depressies, de fobische angsten en de gedragsproblemen. Het is wetenschap van het soort van de oude Grieken die psychische aandoeningen in de levenssappen lokaliseerde en van onze middeleeuwse voorouders die de geest in het hart lokaliseerden.

Psychische problemen worden tegenwoordig voorgesteld als hersenziekten ofwel ‘hoofdzaken’, zoals dat in de reclamespots heet. Dat klinkt ernstig en de problemen worden dan ook serieuzer genomen dan in het verleden. Terecht, want mensen lijden erg onder psychische problemen. En ook al betekend het hebben van psychische problemen niet dat je ziek bent, je kunt er wel ziek van worden.

Het heeft zo zijn voordelen om als zieke te worden behandeld. Zo hoeft een jongere die moeilijk leert en zich onaangepast gedraagt geen zwaar en vies werk meer te doen. Bij een onderzoek wordt geconcludeerd dat hij niet lui is maar een motivatieprobleem heeft, niet ongedisciplineerd is, maar een concentratiestoornis heeft en niet ongemanierd is maar hyperactief. Een stoornis vastgesteld en hij krijgt voor de rest van zijn leven een WIA uitkering.

Het is wel aangenaam om als psychisch ziekverklaarde geen last te ondervinden van de eisen van onze maatschappij. Ook is het wel prettig voor de zieke dat hij pilletjes krijgt die hem een beter gevoel geven. Het zijn psychotrope middelen die in het Engels drugs heten, maar in het Nederlands medicijnen worden genoemd. Ook al zijn het medicijnen voor een ziekte die nog nooit is aangetoond, je hoeft ze alleen maar in te nemen en vervolgens de heilzame werking af te wachten.

Mensen die te horen krijgen dat zij een ziekte hebben, zullen geneigd zijn zich passief op te stellen. Maar over het algemeen geeft juist een actieve aanpak veel betere resultaten. In plaats van het zoeken van de ziekte achter de problemenis het beter de problemen zelf aan te pakken.

Ben je chaotisch en gauw afgeleid, dan kun je beter een strak schema aanhouden dan op zoek gaan naar een diagnose die daar een verklaring voor geeft. Als je je niet kunt concentreren, dan is het goed vaak te herhalen om de dingen toch onder de knie te krijgen. Vervelen mensen je gauw, dan kun je maar beter jezelf forceren je toch sociaal te gedragen dan je te laten vertellen dat je een stoornis in het autismespectrum hebt.

Mensen die erg somber en lusteloos of  levensmoe zijn geworden, horen misschien graag dat ze aan een ziekte lijden die depressie heet, maar ze zijn er meer bij gebaat als zij tegen hun lusteloze neiging ingaan en actief blijven, toekomstplannen maken. Iemand met angsten bereikt meer met een systematische stap voor stap training dan met het gebruik maken van tranquillizers.

Makkelijk is dat niet, zo’n actieve aanpak van problemen, omdat het een verandering van levensstijl betekent. Vandaar dat het goed kan zijn de hulp van een psycholoog in te roepen. Maar dan niet iemand die zegt dat je een psychische stoornis hebt waarvan je moet genezen. Daar wordt niemand beter van. 

ANTIPSYCHOTICA VERGROOT BIJ OUDEREN DE KANS OP LONGONTSTEKING MET 60 PROCENT.

Bron: Gezondheidsnet

Het gebruik van antipsychotische medicijnen vergroot bij ouderen de kans op een longontsteking. Dit schrijven onderzoekers van het Universitair Medisch Centrum Utrecht in het tijdschrift Journal of the American Geriatrics Society.

Ongeveer 40 procent van de mensen opgenomen in verpleeghuizen gebruikt antipsychotica. Volgens de onderzoekers vergroot het gebruik van de medicijnen de kans op een longontsteking met 60 procent.

De onderzoekers analyseerden bijna 23.000 ouderen die minstens eenmaal antipsychotische medicijnen voorgeschreven hadden gekregen. Van die groep bleken 543 mensen vanwege een longontsteking in het ziekenhuis te zijn opgenomen. Longontsteking is een belangrijke doodsoorzaak bij ouderen.

Artsen schrijven de antipsychotische medicijnen vaak voor aan ouderen met gedragsproblemen door delirium of dementie. Antipsychotica helpen echter lang niet in alle gevallen, maar leiden wel tot hogere sterfte.

Hogere sterfte
Het is nog onduidelijk hoe antipsychotica longontsteking veroorzaakt. De onderzoekers denken dat de bijwerkingen van de medicijnen voor slikproblemen kunnen zorgen. Ouderen zouden zich hierdoor vaker verslikken en zo vaker een longontsteking krijgen door eten dat in de longen terecht komt.